
Jan Fabre, "De man die de wolken meet",1998 (foto:Atillo Maranzano)
In het Krxc3xb6ller Mxc3xbcller museum in het park de Hoge Veluwe is een soort van overzichtstentoonstelling van de Belgische beeldende kunstenaar Jan Fabre getiteld Hortus/Corpus.De tuin en het lichaam zouden volgens het museum het universum vormen van Fabre xe2x80x9cHet insect, de mens, de engel en het blauw van het eeuwig terugkerende moment waarop de nacht in dag overgaat en leven ontwaakt spelen daarin een belangrijke rolxe2x80x9d aldus de museumtekst. We lezen dan nog dat dit de vier basisgegevens zijn xe2x80x9c waarmee Fabre zijn gedachten en dromen over leven en dood, schoonheid en afschuw, kwetsbaarheid en geweld, vergankelijkheid en eeuwigheid steeds weer op een andere manier ordent en aan ons toont.xe2x80x9d
Een mond vol voor het werk van misschien wel de bekendste Belgische kunstenaar van deze tijd. Je hoort en ziet in ieder geval regelmatig wat van hem. (zie mijn blogs "Jan Fabre in de armen van Pietje de Dood" en "Bederflijke kunst (Schippers en Fabre)" Ik vond dat ik daarom maar eens naar deze grote tentoonstelling van zijn werk moest gaan kijken. Die begint met het wonderschone poxc3xabtische beeld van xe2x80x9cDe man die de wolken meetxe2x80x9d opgesteld op het dak bij de ingang van het museum. De kracht van dat beeld behoeft geen uitleg. Het is net zo poxc3xabtisch als het karretje van de Belgische schilder Raveel dat de hemel weerspiegelt. Surrealistische beeldende poxc3xabzie die je met een glimlach aan het denken zet over de betrekkelijkheid van s' mensens activiteiten.

Jan Fabre, "Fountain of the World (as a young artist)", 2008
Helaas heb ik op de tentoonstelling niets gezien wat dit beeld evenaart of er gelijkwaardig aan is. Het beeld dat de meeste aandacht vraagt, is een zelfbeeld van Fabre zoals je die ziet in de wassen beelden musea van Madame Tussaud maar dan wel met dit verschil dat uit zijn broek een stijve pik oprijst die doet denken aan een opgestoken middelvinger. Misschien is dat ook wel de bedoeling. Het beeld ligt tussen grafzerken met namen van insecten erop. Dat uit dit werk Fabrexe2x80x99s fascinatie en respect spreekt voor leven en dood xe2x80x9con a penetrating mannerxe2x80x9d, wekt vanwege het woord xe2x80x98penetratingxe2x80x99 in dit verband enigszins de lachlust op. Je kijkt naar het beeld vanwege de brutaliteit en niet zoals geschreven staat vanwege de spanning tussen leven en dood ook al liggen er allemaal grafzerken omheen. De aantekening dat het geen pornografisch werk is, lijkt me overbodig. Publiek is gewend geraakt aan zulke brutaliteiten.
Jan Fabre, "De toekomstige Barhartige Vagina" ligt in een hoek van de zaal. in een nadere hoek ligt "De toekomstige Barmhartige Penis" . (2011). Ik zou voor het eerste werk de titel "Kut in Knekelhuis" kunnen bedenken, dat wel mooi alitereert maar misschien wel te plat is uitgedrukt.
Alhoewel, een groepje vrouwen ergerde zich wel aan zijn met urine gemaakte tekeningen. Het doet me denken aan de Amerikaanse schilder Pollock waarvan het gerucht ging dat hij voor zijn dripdoeken zijn sperma met verf mengde. Deze vrouwen maakten echter dat ze weg kwamen. Ze hielden de rest van de tekeningen voor gezien. Misschien maar goed ook want een eindje verder zag ik tekeningen van een vagina met maandstonde bloed. Ook niet direct een pretje om voor je neus geschoteld te krijgen. Maar ja, het hoort bij het leven en dus ook onderwerp van kunst. De tekeningen gaven mij geen nieuwe kijk op het verschijnsel waar iedere volwassen man en vrouw vertrouwd mee is.

Jan Fabre "Me, dreaming", 1978. Op de achtergrond enkele video's van een serie gemaakt door Fabre.
Aan het begin van de tentoonstelling lopen we tegen een zelfbeeld van Fabre getiteld xe2x80x9cMe, dreamingxe2x80x9d. Hijzelf, het tafeltje en de microscoop zijn bijna volledig beplakt met koperkleurige punaises met de pin naar boven. Geen beeld om aan te raken. Wat moeten we weten over dit tafereel dat doet denken aan een eenzame drinker aan een armetierig cafxc3xa9tafeltje, een bekend beeld van de werkman in de negentiende eeuw die zijn vreugdeloze bestaan wegdrinkt. Volgens de museumtekst is het een eerbetoon aan de Franse insecten expert Jean-Henri Fabre (of hij familie is, wordt niet duidelijk) die zijn leven lang insecten en spinnen heeft bestudeerd. De punaiseman verbeeldt echter ook de wetenschapper en kunstenaar die al sinds zijn kinderjaren in hemzelf huizen. Die punaises zijn leuk gevonden.
Na de twee zelfbeelden, treffen we buiten naast het terras het manshoge zelfbeeld aan getiteld xe2x80x9cThe man who gives a lightxe2x80x9d. Ik lees dat het Fabre zelf is in de rol van Prometheus, de halfgod uit de griekse mythologie die het vuur stal van de goden om het naar de mensen te brengen. Fabre zou hiermee zijn hoop uitbeelden dat hij het licht doorgeeft aan de mensen zoals de dichter Guido Gezelle ook gedaan heeft. Het beeld doet me denken aan een schimmenruiter uit de film xe2x80x9cThe Lord of the Ringsxe2x80x9d. Twee grote schimmen gemaakt van de schilden van groene kevers hadden die associatie ook al bij me opgeroepen.

De twee afgebeelde fabelkoppen van Fabre zelf maken deel uit van een reeks van 18 fabelkoppen genaamd "Chapters I – XVIII", 2010.
Op onze wandeling in het beeldenbos buiten stuiten we op achttien koppen van Fabre maar dan xe2x80x9cversierdxe2x80x9d met dierlijke kenmerken als een gewei, ezelsoren en horens. Een portretgalerij naar het voorbeeld van de antieke tijden toen keizers en koningen hun paleizen met marmeren of gipsen koppen van zichzelf en hun voorgangers opvrolijkten. Naast de reeks zit een bewaker de krant te lezen in een autootje. Hij ziet toe dat de bezoekers niet aan de beelden komen. Dan doen we dan ook niet. Verder wandelend stellen we vast dat Fabre veel met zichzelf bezig is. Hij is een kind van zijn tijd.